Blog

Mensen zijn ingewikkeld (Floortje Scheepers)

Met als ondertitel: ‘Een pleidooi voor acceptatie van de werkelijkheid en het loslaten van modeldenken‘.

Het is een interessant boek, maar verwacht geen nieuwe en baanbrekende boodschap. De auteur laat in het boek zien hoe zij over de psychiatrie en mentale ontregeling is gaan denken. Het bevat niet dé waarheid. “Het is een perspectief op de waarheid, en in de communicatie met anderen ontstaat er een mix van perspectieven, die de waarheid steeds dichter benadert.” Het boek bevat een zekere traagheid, blijft weg van activisme en haar boodschap gaat me aan het hart:

“Er is bescheidenheid nodig over datgene wat we zeker weten en respect voor wat de ander te vertellen heeft. Misschien is bij psychiatrische ontregeling het opbrengen van dat respect de allermoeilijkste opgave waar wij als samenleving voor staan, omdat de ontregeling ervoor kan zorgen dat taal minder vloeiend, invoelbaar of logisch wordt. Het gesprek kan daardoor sneller vastlopen en de indruk kan ontstaan dat er geen waarde meer in de wartaal zit.”

Floortje Scheepers (1969) is hoogleraar innovatie in de ggz. In dit boek beschrijft ze haar ervaringen en reflecteert ze op haar geschreven hoofdstukken met wetenschappers, schrijvers en deskundigen zoals Christien Brinkgreve, Trudy Dehue, Arnon Grunberg, Gerrit Glas en Jim van Os. Hieronder de passages die mij het meest interesseerden en raakten.  

Pagina 9 “Het is mijns inziens passender om bescheiden te zijn over onze kennis en ons begrip. We kunnen beter accepteren dat niet-begrijpen altijd onderdeel  van onze wereld en ons mensbeeld zal zijn. Iets wat zo dynamisch en veranderlijk is zul je nooit helemaal doorgronden met statistische logica. Want zodra je de waarheid vastpakt, verlies je haar omdat die waarheid anders was geweest als je haar niet had vastgepakt.”

Pagina 10 “Ik heb geprobeerd zo dicht mogelijk bij de dynamiek van de originele conversatie te blijven, omdat in de vrije ruimte van de dialoog kennis ontstaat die interactief is. Collectieve intelligentie.

Pagina 60 “Scholen en universiteiten zouden een lerende community moeten zijn waarin leerlingen en studenten uitgedaagd worden op hun eigen unieke manier onderdeel te zijn van de samenleving, door te leren hoe ze met bestaande kennis om moeten gaan en hoe ze met elkaar tot nieuwe kennis kunnen komen. Vooral bij dat laatste is collectieve intelligentie nodig in plaats van individuele excellentie. En bij collectieve intelligentie is variatie ongelooflijk belangrijk. Pas als je begrijpt dat alle individuen -slim of niet slim, handig of onhandig- alle vragen, alle antwoorden, alle successen en alle mislukkingen met elkaar samenhangen, kun je overzien dat in die complexe samenhang geen ruimte is voor onderscheidende excellentie. Hoe kun je onderscheiden van de rest als je hele bestaan afhangt van de connecties die je maakt met de rest?”

Pagina 53 “Het aantal stoornissen in de DSM-I groeide van 106 naar 541 in de huidige DSM-5.”

Pagina 65 “Wat is werkelijkheid? Kun je die begrijpen? Daar zit het woord grijpen in. Dat is weten, dat is objectiveren. Maar de werkelijkheid, de waarheid, bestaat helemaal niet. Wat wij als werkelijkheid zien, ervaren, ruiken, et cetera, dat is onze bespiegeling over die werkelijkheid.”

Pagina 72 Jim van Os  ”Mensen zijn de hele dag door uit balans, in balans, uit balans. maar het kan soms steeds langer duren voordat je het evenwicht weer terugvindt, en dan kan er een soort tipping point komen…. Een duidelijk tipping point zie je trouwens niet in de wetenschappelijke data, hoewel menig geleerde ernaar op zoek is. Maar het is wel wat mensen vertellen. dat je in een soort van niemandsland zit en opeens beseft: o, er bestaat dus een soort evenwicht, want dat heb ik nu niet meer. En dat je het gevoel hebt dat iets groots en machtigs iets van je wil.  En daar ga je je tegen verzetten. Dàt is psychisch lijden, denk ik, ongeacht om welke stoornis het gaat. Wat mensen ook vertellen is dat ze op een gegeven moment voorbij dat lijden kunnen kijken en weer perspectief gaan zien, of de macht van de pijn gaan bevragen. Dat er iets van acceptatie ontstaat. dat ze weer een connectie kunnen maken…” 

Pagina 120 “Tipping points kunnen ook een fenomeen zijn bij complexe systemen. De balans in een systeem raakt verstoord door een (kleine) verandering, waardoor alles geleidelijk gaat schuiven en er steeds meer onrust en chaos ontstaat. Op een bepaald moment bereikt de chaos een climax en ontstaat er, door een minimale invloed van buitenaf (zogezegd een laatste zetje) plotseling een nieuwe balans. dat heet een tipping point. Patiënten vertellen soms dat hun herstel startte met zo’n kantelpunt.”

Pagina 124 “In een aantal kritische beschouwingen is de afgelopen jaren echter gewezen op het feit dat het biopsychosociaal model geheel voorbijgaat aan subjectieve ervaringen en relationele factoren die een rol spelen bij het ontstaan van ontregeling. Critici stellen dat geen enkel nieuw model tot nieuwe manieren van wetenschap bedrijven zal leiden als niet eerst erkend wordt dat er zaken zijn die niet bestaan uit materie maar die ‘onzichtbaar’ zijn zoals bijvoorbeeld taal en de manipulatie daarvan, betekenis, twijfel en onzekerheid. Zonder deze erkenning zal ook een nieuw model leiden tot dezelfde reductionistische manier van kijken. Zij pleiten daarom voor een integratieve psychiatrie waarin ook niet-verifieerbare aspecten van het mentaal functioneren een plek krijgen.”

Pagina 138 Denny Borsboom “Als de relaties in netwerken zwakker zijn, dan kan het systeem continu heen en weer bewegen. Als de relaties sterker worden, krijg je verschillende attractoren en kan het systeem over het tipping point naar een bepaalde attractor schieten. Dus als je iemand leert om in een angstige situatie niet te ontsnappen maar die angst te confronteren, dan verzwak je eigenlijk de relaties tussen het angstgevoel en de vermijding. Je verandert de helling van het landschap, waardoor het balletje weer terug kan naar nul. Maar het lukt niet altijd. Als je een heel groot en complex netwerk hebt, met allerlei verschillende problemen die elkaar sterk beïnvloeden, dan kun je de bestaande relaties in het netwerk niet genoeg stukmaken, zeg maar.”

Pagina 152 (over behandeling van Daniel, die ervan overtuigd was dat hij een aantal jaren geleden door de NOS gefilmd was in zijn eigen huis terwijl hij televisie zat te kijken) “Ik zal in elk geval nooit meer denken in termen van bewijs. De focus moet liggen op wat er nodig is, niet op wat waar is of niet.”

Pagina 172 Arnon Grunberg  “Daarom vind ik het voorbeeld van die jongen (Daniel) die denkt dat de NOS hem gefilmd heeft zo fascinerend. Hij is gevoelig voor bewijzen, maar zijn theorie wordt steeds weer aangepast (de NOS bevestigt schriftelijk dat er niet in zijn huis gefilmd is, waarna Daniel zei “Ik denk toch dat het dan RTL geweest is”). Je kunt hem dus nooit overtuigen. Je eigen overtuiging ter discussie stellen is misschien de basis voor elke dialoog. Als die flexibiliteit ontbreekt, is dat misschien de kern van mentale ontregeling?”

Pagina 213 “Ware inclusie ontstaat echter pas als psychische kwetsbaarheid niet langer gezien wordt als zwakte, maar als inherent aan het bestaan. Als ontregeling gezien wordt als een toestand waarin iemand de connectie kwijt is met zijn of haar omgeving, waardoor het eigen denken, voelen of handelen niet meer gecorrigeerd wordt. Die ontregeling is geen ziekte van het individu, maar een toestand die ontstaan is door een extreem complex samenspel van factoren. Door verbinding te maken, hoe moeilijk ook, kan er weer balans ontstaan en voorkomen worden dat iemand in een isolement belandt en de macht over zichzelf helemaal kwijt raakt.”

Pagina 202 Carlijn Welten  “Wat ik heel mooi vind, en dat komt ook uit de systeemtherapie: de not-knowing stance, dus het niet-weten. Dat niet-weten heb je nodig om meervoudig onpartijdig te kunnen zijn in een gezinstherapie. Jij beschrijft dat als meervoudige perspectieven. Ook ontzettend interessant is het betrekken van het steunsysteem en ervaringsdeskundigen. Hoe kunnen we die mensen inzetten voor duurzame oplossingen, zodat je als het leven weerbarstig is en de kwetsbaarheid terugkomt niet weer naar de hulpverlening stapt maar de oplossing het systeem zelf zoekt? Je moet daarvoor handvatten geven, perspectieven toevoegen van anderen uit het gezin, de kracht daarin vinden. dat is wat we ook in ‘het huis’ gaan doen. Als één iemand komt, behandelen we iedereen om die persoon heen, en dat werkt ook preventief.”

Martijn Kole, Andries Baart en Carlijn Welten in gesprek over pijn en lijden: 

  • “Psychische ontwrichting heeft te maken met pijn die zo overweldigend is dat je er geen uiting aan kunt geven. Moet die pijn simpelweg verdwijnen? Of moet daar áándacht voor zijn?” Pagina 223 Martijn Kole 
  • “Lijden is een groot verdriet, maar niet per se zonder betekenis. Pagina 223 Andries Baart 
  • “Steeds meer mensen keren zich tot de ggz, en ik denk dat veel van hun psychisch lijden voortkomt uit een poging om van gevoelens en onzekerheid af te komen. Het verzoek is dan: fix me en maak me beter.  Maar als het lijden gedragen kan worden door het grotere geheel, dan hoef je niet naar de ggz, denk ik.” Pagina 224 Carlijn Welten
  • “Psychisch lijden is niet beperkt tot een bepaalde groep, het kan ons allemaal overkomen. Dat moeten we tegen elkaar blijven zeggen. Zo sta je spic en span je baan uit te oefenen, en zo word je angstig en heb je wanen.” Pagina 225 Andries Baart
  • “Wat ons te doen staat is de relatie aangaan. Niet zeggen: ik sta erboven, en als jij nou meewerkt en krachtig wordt, dan komt het goed met je. dat is een vorm van eenzaam maken, van verlaten. Ik denk juist: de relatie aangaan en volhouden.” Pagina 229 Andries Baart

Floortje Scheepers eindigt haar boek met wat laatste gedachtes, die ze ook al aan het begin verwoordt (pagina’s 9 en 10):

“Er is bescheidenheid nodig over datgene wat we zeker weten en respect voor wat de ander te vertellen heeft. Misschien is bij psychiatrische ontregeling het opbrengen van dat respect de allermoeilijkste opgave waar wij als samenleving voor staan, omdat de ontregeling ervoor kan zorgen dat taal minder vloeiend, invoelbaar of logisch wordt. Het gesprek kan daardoor sneller vastlopen en de indruk kan ontstaan dat er geen waarde meer in de wartaal zit. Pas als we met elkaar onder ogen zien dat we nooit in staat zullen zijn om de waarheid vast te pakken, maar dat het toegeven van elk nieuw perspectief ons weer een klein beetje dichterbij brengt, zullen we begrijpen waarom een medisch perspectief, een ouderperspectief, een ervaringsperspectief, een vriendperspectief, een wetenschappelijk perspectief en een maatschappelijke perspectief allemaal nodig zij wanneer we samen zoeken naar oplossingen voor mentale problemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.