Boeken

De omwenteling, de eeuw van de vrouw (Suzanna Jansen)

Hieronder een samenvatting van het boek (268 pagina´s) van Suzanna Jansen (1964), bekend van Het pauperparadijs. Over de veranderde positie van de vrouw in de loop van de 20e eeuw, van stemrecht tot emancipatiestrijd. Ik heb de jaartallen, op chronologische volgorde, overgenomen:

  • 1789: Verklaring van de Rechten van de Mens (l´homme) en de Burger (citoyen). Stond na 5 dagen al in de Nederlandse kranten. Er volgde een vrouwenprotest en 2 jaar later herschreef de revolutionaire en schrijfster Olympe de Gouges de Verklaring van de Rechten van de Vrouw (la femme) en de Burgeres (la citoyenne). Ze werd op het schavot gezet. Deze tekst werd pas in 1989 voor de eerste en enige keer in het Nederlands vertaald…
  • 1838: de Huwelijkswet tekst bestempelt de man sinds in 1838 tot ´hoofd van de echtvereniging´ en de vrouw tot ´handelingsonbekwaam´.
  • 1867: eerste middelbare meisjesschool, opgericht door een groep ouders, als tegenhanger van de door de overheid gefinancierde hbs voor jongens.
  • 1870: (heruitgave 1895) Geeske Feddes schrijft een uniek geschrift ´Gelijk Recht voor Allen!´  en analyseert voor het eerst hoe de Nederlandse wet vrouwen systematisch benadeeld. 36 pagina´s, geschreven voor vrouwen om ze te overtuigen dat er iets niet in orde is met het huwelijksrecht: vrouwen verliezen zeggenschap over haar bezit en mogelijkheden om juridisch te handelen, ze zijn handelingsonbekwaam voor het aangaan van financiële verplichtingen, behalve de kosten van het huishouden. Dit onrecht is (volgens haar) gestoeld op de Bijbel.
  • 1871: apothekersdochter Aletta Jacobs schrijft brief aan minister Thorbecke om toestemming te vragen om naar de universiteit te mogen. Na overleg met haar ouders stond hij toe het een jaar te proberen.
  • 1878: eerste vrouw studeert af aan de universiteit (Alette Jacobs). Een jaar later is zij de eerste die promoveert en ze vestigt zich als dokteres in Amsterdam.
  • 1883: Aletta Jacobs verzoekt de gemeente Amsterdam om haar toe te voegen aan de kiezerslijst. Haar verzoek wordt afgewezen.
  • 1889: Wilhelmina Drucker richt de Vrije Vrouwenvereeniging op.
  • 1894: met Aletta Jacobs en anderen leidde dit tot de Vereeniging voor voor Vrouwenkiesrecht.
  • 1904: eerste arbeidsverbod voor getrouwde vrouwen bij de Posterijen en Telegraphie, hield 3 jaar stand.
  • 1912: vrouwen verspreiden een pamflet in een oplage van 50.000 ´Wij veroordelen´.
  • 1913: 1000 vrouwen hielden een ´stille langzame geduldigen ommegang´ op het Binnenhof.
  • 1914: lancering ´Volkspetitionnement voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw (133.433 ondertekend).
  • 1916: optocht met 18.000 mensen door Amsterdam (eerste 1912, bij uitvaart voor voorvrouw van de vrouwenbeweging).
  • 1917: grondwetswijziging: 2e Kamer kiest voor Algemeen kiesrecht voor alle mannen. Feministes houden voorafgaand hieraan 5 maanden ´vrouwenwacht´ op het Binnenhof.
  • 1919: Kamer stemt in met kiesrecht voor vrouwen, als reactie op de arbeidersrevolutie, in 1918 uitgeroepen door socialistenvoorman Troelstra.
  • 1920: de NS (overheidsdienst) stopt met vrouwen aannemen, behalve voor taken die ´uit de aard´ een vrouwenhand behoefden. In 1909 waren en 9.000 kantoorjuffrouwen, in 1920 waren dit er 37.000.
  • 1921: de PTT (ook overheid) stelt een vrouwenquotum in
  • 1922: kiesrecht wordt ook voor vrouwen in grondwet verankerd. In 1921 en 1922 verkondigde bedrijfsleiders (m) luidkeels de onbekwaamheid van de vrouw op kantoor.
  • 1929: journaliste J. Riemers-Reurslag schrijft essay ´De moderne vrouw als echtgenoote en moeder´ over effect van emancipatie op het huiselijk leven. Verscheen in ´Het vrouwenjaarboek´. Over de 4 K´s: keuken, kleeren, kinderen en kerk.
  • 1934: ministeriële circulaire: ambtenares die trouwt moest direct worden ontslagen, vrouwen die gehuwd waren mochten niet meer bij de overheid aangenomen worden, de overheid zou zo spoedig mogelijk alle vrouwen door mannen laten vervangen.
  •  1935: minister van Sociale Zaken ontwierp een wet om vrouwenwerk buiten huishouding en verzorging ook in de particuliere sector drastisch te beperken.
  • 1937: volgende minister wil alle werk voor gehuwde vrouwen geheel verbieden. De regering telt op dat moment 0 vrouwen, het parlement 3.
  • 1945: Indonesië roept de onafhankelijkheid uit, vrouwen in de voormalige kolonie krijgen dan pas kiesrecht.
  • 1948: Vrouwen (en mannen) op de Nederlandse Antillen en in Suriname krijgen kiesrecht. Behalve de zogeheten ´inheemse bevolking´ van Suriname, de marrons. Die moeten wachten tot 1963.
  • 1951: Internationaal verdrag dat -baanbrekend- landen opriep tot gelijk loon voor man en vrouw bij gelijke arbeid.
  • 1955: in het voorjaar Nederlandse regering meldt aan de 2e Kamer dat ze dit verdrag niet zal ondertekenen. Debat volgt, waarin 4 vrouwelijke woordvoerders van verschillende partijen (CPN: Lips-Odinet, PvdA: Tendeloo, CHU: Wttewaall van Stoetwegen, VVD: A. Fortanier-de Wit) opstaan en eensgezind 3 mannelijke collega´s plus de staatssecretaris (m) van repliek dienen (van de 100 leden zijn er 10 vrouwen in de Kamer).
    • Motie-Tendeloo: roept regering op het verdrag voor gelijk loon te tekenen, wordt aangenomen met 47 tegen 39 stemmen. Maar de regering legt de motie naast zich neer. Pas in 1971 ratificeert Nederland dit verdrag. De wet waarin het streven naar gelijk loon wordt vastgesteld is van nog later: 1975.
    • Motie-Tendeloo: schrappen arbeidsverbod rijksambtenaressen, wordt aangenomen met 46 tegen 44 stemmen. Een aantal confessionelen (katholiek en protestant, m) hebben de motie ondersteund. Terwijl zij overwegend ervan overtuigd zijn dat vrouwen eigen keuzes niet toegestaan mag worden (gezin moet beschermd worden). Maar de regering legt ook deze motie naast zich neer. In 1956 verdwijnt het verplicht ontslag uit het wetboek (nadat een katholiek kopstuk een ministerspost weigert, om deze motie niet uit te voeren).
    • Debat huwelijkswet (de wettekst bestempelt de man sinds in 1838 tot ´hoofd van de echtvereniging´ en de vrouw tot ´handelingsonbekwaam´ en het over huwelijksvermogensrecht.  Behandeling van een slap voorstel beloofde geen oplossing. Dan overlijdt de minister van Justitie onverwacht en de tijdelijke vervanging (gepensioneerde Van Oven van de PvdA) herschrijft.
    • 1955: meerderheid 2e Kamer gaat akkoord met wetswijziging van de Huwelijkswet inclusief herziening van het huwelijksvermogensrecht (vrouw is geen ondergeschikte meer van de man in het huwelijk), mits de man hoofd van de echtvereniging blijft (en in praktijk de baas over de portemonnee blijft).
    • 1955: Den Haag voerde dit jaar meerdere debatten over getrouwde vrouwen en de gelijkheid en gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Alle naoorlogse wetgeving werd gericht op het gezin als hoeksteen van de samenleving, met de vrouw die het kostwinnerschap van haar man mogelijk maakte. De nieuwe sociale wetten en ook de belastingwet en de volkshuisvesting: op elk maatschappelijk gebied lagen de rechten bij de man.
  • 1955: de Telegraaf spreekt over ´de managersziekte in de keuken´: het begrip ´huisvrouwenvermoeidheid´ kwam uit Amerika.
  • 1956: eerste vrouwelijke minister: dr. Marga Klompé, gepromoveerde scheikundige en verzetsstrijder in de oorlog, wordt minister van Maatschappelijk Werk.
  • 1957: de Tijd (godsdienstig-staatkundig dagblad) greep moederdag aan het over de ´managersziekte´ (aandoening) te hebben.
  • 1958: Eerste vrouwelijke lid van de Sociaal-Economische Raad: dr. Hilda Verwey-Jonker, gepromoveerd sociologe (ook als eerste vrouw).
  • 1962: Katholieke Bureau voor Geestelijke Gezondheid viert 10-jarig bestaan en een jubileumbundel ´De niet-aanwezige huisvrouw´ verschijnt over de getrouwde vrouw die geld verdiende (10 essays) . In de VS en VK had 1 op de 3 getrouwde vrouwen betaald werk, in Nederland maar 3,6%, nog geen 1 op de 20. Basis zijn ervaringen van psychiater dr. C.J.B.J. Trimbos-Kees. Het uitgangspunt in de essays was dat de vrouw, wanneer er geen economische noodzaak was, volkomen vrij moest zijn in haar keuze – loonarbeid verrichten of niet. Maar…. uitsluitend bedoeld als iets naast de huisvrouwentaak: als hulp aan de maatschappij of als bezigheidstherapie ten baten van haar geestelijke gezondheid (denk aan discussie van deeltijdprinsesjes en carrière moeders).
  • 1962: pil komt op de markt, tegen menstruatieklachten. Onder voorwaarde dat ´tijdelijke onvruchtbaarheid´ uitsluitend als bijwerking werd gepresenteerd. In maart 1963 keurde de bisschop tijdens een Brandpunt uitzending het gebruik van de pil goed (zonder het woord ´anticonceptie´ te noemen). Daags na deze televisie uitspraak zaten de wachtkamers van de katholieke artsen vol.
  • 1963: Valium komt op de markt (huisvrouwen kregen dit veel voorgeschreven).
  • 1967: Joke Smit analyseert in het artikel ´Het onbehagen van de vrouw´ haarscherp hoe vrouwen gevangenzitten in het  geestdodende bestaan dat de samenleving hun oplegt. Als oplossing voor deze prangende ongelijkheid schuift zij de vaste rolpatronen van tafel en toont perspectief dat niemand nog heeft gezien: de 30urige werkweek voor iedereen (m/v). Doel: gelijke ontplooiingskansen voor vrouwen en mannen op elk vlak, inclusief een gelijke verdeling van werk en zorg. In die tijd was zo´n beetje 100% van de getrouwde vrouwen nog steeds huisvrouw, waarvan meer dan 70% fulltime.  Ze ontketende een nieuwe (2e) feministische golf.
  • 1967: Verenigde Naties name de ´Verklaring inzake uitbanning van discriminatie tegen vrouwen´ aan. Pas in 1973 komt een progressiever kabinet met een ontwerp: een verbod op ontslag wegens huwelijk én zwangerschap, in alle bedrijven en instellingen.
  • 1968: publicatie ´Moderne W.P. (Winckler Prins) voor de Vrouw en constateerde dat de groeiende behoefte aan vrouwenemancipatie niet leidde tot veranderingen als gevolg van grote maatschappelijke weerzin tegen buitenshuis werken van vrouwen. Om die reden had de Sociaal-Economische Raad in haar rapport van 1966 geen adviezen uitgebracht.
  • 1970: ´vrouwenemancipatie´ wordt op de kaart gezet met de komst van de Dolle Mina´s met hun uitgekiende (studenten)acties, waarmee ze wereldberoemd worden (´Baas in eigen buik´ geschreven op blote vrouwen buik). De Man Vrouw Maatschappij van Joke Smit was voor dames van 30 jaar.
  • 1970: econome Marga Bruyn-Hundt presenteert een berekening van de bijdrage van huisvrouwen aan de economie.
  • 1971: Nederland ratificeert Internationaal verdrag dat landen opriep tot gelijk loon voor man en vrouw bij gelijke arbeid.
  • 1972: de pil komt in het ziekenfondspakket.
  • 1972: feministisch tijdschrift ´Opzij´ verschijnt.
  • 1973: het loon van de gehuwde vrouw wordt niet meer bij dat van haar man opgeteld. Ander inkomen wel. Hij behoudt ook als enige de aftrekposten en heeft een veel hogere belastingvrije som.
  • 1973: Met het advies van de SER voor deeltijdwerken werd niks gedaan (regering-den Uyl, de meest progressieve ooit…).
  • 1973: eerste lustrum Man Vrouw Maatschappij lanceert aanzet voor emancipatiebeleid, net voor 1975 wordt een EmancipatieKommissie geïnstalleerd.
  • 1974: eerste vrouwelijke commissaris van de Koningin, politica Tineke Schilthuis.
  • 1974: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, exclusief secundaire arbeidsvoorwaarden als recht op scholing en promotie. Geldt niet voor ambtenaressen.
  • 1975: De wet waarin het streven naar gelijk loon wordt vastgesteld. Wat niet: voor niet-kostwinners (de vrouw dus) gelden andere regels als ze een inkomen heeft, zeker wanneer ze in deeltijd werkt. Ze heeft in de praktijk geen recht op een werkeloosheidsuitkering of een pensioen, ze betaalt een hogere ziekenfondspremie en meer belasting, ze mag geen aftrekposten opvoeren. Het huishoudelijk personeel (v) heeft geen ontslagbescherming. Er is ook nog geen verbod op ontslag bij huwelijk en zwangerschap (maar wel bijna).
  • 1975: ´jaar van de Vrouw´ (VN initiatief) en start met het openen van een subsidiepot. De EmancipatieKommissie komt met 5-jarenplan: adviezen en hervormingen (o.a. fiscaal, sociale zekerheid, voorlichting, onderzoek, overheid) worden door het kabinet integraal overgenomen en eerstvolgende kabinet benoemt een staatssecretaris (v) voor emancipatiezaken.
  • 1977: een recordaantal vrouwen in de 2e Kamer, namelijk 14%.
  • 1977: eerste vrouwelijke lijsttrekker, Ria Beckers van de PPR.
  • 1977: de staatssecretaris voor Emancipatiezaken, de gereformeerde Jeltien Kraaijeveld-Wouters. Haar staatssecretariaat krijgt 15 ambtenaren.
  • 1980: Wet Gelijke Behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid, met o.a. recht op gelijk loon en gelijke pensioenvoorzieningen, en verbod op (seksuele) intimidatie op de werkvloer. De bepaling dat alle posities moeten openstaan voor vrouwen en mannen leidt tot de standaard toevoeging ´m/v´ bij vacatures,
  • 1980: gelijk loon voor ambtenaren en ambtenaressen.
  • 1981: vrouwenstaking tegen de arbortuswet. 400.000 tot 500.000 vrouwen deden mee. Van Agt (justitie minister) probeerde in 1976 een abortuskliniek te sluiten. Vrouwen hangen een wit schoon laken aan het wasrek. De vrouwenbeweging wilde abortus uit het Wetboek van Strafrecht, deze wet was door 2e Kamer gekomen , alleen de 1e Kamer kon er nog een stokje voor steken. Vandaar de vrouwenstaking. De abortuswet werd alsnog met één stem meerderheid in de 1e Kamer aangenomen en trad in werking in 1984.
  • 1981: er zijn voor het eerst 2 vrouwelijke ministers tegelijk: politica Neelie Kroes als minister van verkeer en Waterstaat, en bestuurder Eegje Schoo als minister van Ontwikkelingssamenwerking.
  • 1983: het nieuwe artikel 1 in de grondwet verbiedt discriminatie op grond van geslacht, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of op welke grond dan ook.
  • 1984: de gehuwde vrouw is nu volwaardig subject voor de inkomstenbelasting. De aftrekposten en de belastingvrije som zijn voortaan voor de hoogstverdienende, niet meer automatisch voor de man.
  • 1985: vrouwen mogen voor het eerst officieel meeschaatsen in de Elfstedentocht.
  • 1990: minister Hedy d´Ancona van VWS komt met een regeling waarbij de overheid voor het eerst een serieuze bijdrage levert aan uitbreiding van de kinderopvang.
  • 1991: verkrachting binnen het huwelijk wordt strafbaar.
  • 1994: de Algemene Wet Gelijke Behandeling die onderscheid verbiedt op grond van geslacht, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, nationaliteit, seksuele gerichtheid of burgerlijke staat treedt in werking. Positieve discriminatie is wel toegestaan.
  • 1996: de winkelsluitingstijden worden verruimd, waardoor mensen die overdag werken ook boodschappen kunnen doen.
  • 1996: deeltijd- en voltijdwerkers krijgen verplicht gelijke arbeidsvoorwaarden.
  • 2000: wettelijk recht op werken in deeltijd.
  • 2003: minister van Sociale Zaken en Emancipatie (m) verklaart de emancipatie voltooid. Het volgende kabinet heeft wat hem betreft geen portefeuille emancipatie meer nodig.
  • 2004: pil uit basispakket.
  • 2005: Wet Kinderopvang: de overheid verstrekt een inkomensafhankelijke tegemoetkoming aan ouders om een deel van de opvangkosten te financieren. Ouders en werkgevers betalen de rest.
  • 2008: pil in basispakket.
  • 2011: pil uit basispakket vanaf 21 jaar, maar in de praktijk vanaf 18 jaar voor wie het eigen risico niet opmaakt.
  • 2013: de SGP heft het verbod op vrouwen in de partij op, daartoe gedwongen na een jarenlange juridische strijd. De eerste SGP-vrouw stelt zich meteen verkiesbaar en wordt gekozen in een gemeenteraad.
  • 2019: bindend vrouwenquotum (minimum 30% i.p.v. maximum zoals in 1921) in de 2e Kamer.
  • 2022: bordesfoto met evenveel vrouwen als mannen in aantredend kabinet. In de 2e Kamer zaten 59 vrouwen en 91 mannen.
  • 2022: landelijk recht op abortus in VS door minderheid afgeschaft.

Helaas, het boek is in 2022 gepubliceerd en eindigt hier….

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.