Coachen waar het pijn doet (Ien v.d. Poll)

Deel I: trauma begrijpen

H 1.3: Introductie: belangrijke concepten rond trauma

  • Fragmentatie: om te overleven was het ooit noodzakelijk om delen van zichzelf op te splitsen en ‘weg te stoppen’ om dat wat levensbedreigend en ondragelijk was te overleven. Dit is een normale, autonome, gezonde (want levensreddende) reactie van lichaam en geest op ongezonde, levensbedreigende situaties. De zin “Ik loop al jaren in de ggz, maar ik kom geen steek verder” heeft volgens klinisch psycholoog en psychotherapeut Janine Fisher (2018) te maken met het fenomeen dat het vaak zowel de psychotherapeut als de cliënt zelf ontgaat dat de psyche van de cliënt gefragmenteerd is. De cliënt als één geheel benaderen werkt dan volgens Fisher niet, omdat er zich steeds andere delen laten gelden, die voor onrust, stress en innerlijke conflicten zorgen. We hebben te maken met afgesplitste delen en overlevingsmechanismen waarvan de taal niet wordt herkend, laat staan begrepen. De overlevingsmechanismen en vooral de aanpassingen die mensen met heel veel krachtinspanning tot stand hebben gebracht, vormen als het ware een onbewuste verdedigingswal tegen het voelen van de oude traumapijn en tegen opnieuw getraumatiseerd worden. Er is kracht en moed nodig om in je eigen diepte te durven duiken en inzicht te willen krijgen in je eigen ‘innerlijk gedoe’, om jezelf beter te begrijpen. Dat iemand steun zoekt bij een coach of een psychotherapeut is bepaald geen teken van zwakte. Uit angst om te iemand te hertraumatiseren en angst voor wat we tegen zullen komen, zijn vele therapeuten (niet alle!) geneigd mensen vooral te ‘stabiliseren’. Via medicijnen en door iemand vaardigheden aan te leren om chaotische, verwarrende en heftige emoties en ander symptomen beter te ‘managen’. De manier van werken zoals in dit boek beschreven gaat niet over het herbeleven van het trauma, maar zal steen voor steen de verdedigingswal (de overlevingsmechanismen) afbreken (door ze te bedanken voor hun reddende werk ooit, ze mogen met pensioen) zodat de afgesplitste en weggestopte delen van de psyche weer gezien, gehoord en verenigd kunnen worden. Daarin zit de heling. In ons werk draait het niet om de specifieke traumatische gebeurtenissen, maar om de effecten van die traumatisering. De ouders de ‘schuld’ geven helpt niet, al waren ze wel verantwoordelijk. De meeste ouders die een kind mishandelen, misbruiken, emotioneel en fysiek verwaarlozen, of verlaten, zijn ooit zelf getraumatiseerd, hebben dit nooit verwerkt en kunnen domweg niet anders dan handelen zoals ze zelf hebben geleerd, veelal uit onmacht. In vele opstellingen heb ik bemerkt dat ouders niet in en in slecht waren, eerder machteloos, onwetend of ‘bevroren’. Zolang wij in oordelen en schuld blijven denken, blijven wij in het dader-slachtofferthema hangen. Wij zijn als begeleiders van deze processen geen rechter.

H2: Trauma: waar hebben we het over?

  • Ik hoop in dit boek duidelijk te maken hoe helend de werking is van liefdevolle aandacht, écht luisteren en menselijke resonantie. Daar hebben we niet direct diagnoses voor nodig; we komen een heel eind met liefde, integriteit en de cliënt helpen het pad te bewandelen naar meer kennis over zichzelf, meer begrip van zijn afgesplitste delen en hun werking en hoe die weer in zichzelf te integreren.
  • Laten we één ding voorop stellen: niemand kan iemand anders’ trauma helen. We kunnen alleen ons eigen trauma helen. Veel traumawerk vandaag de dag is gericht op het ‘managen’ van de symptomen via training en stappenplannen die gericht zijn op weten en doen. Hoe goed ze ook van pas komen, het is niet genoeg. Het is zelfs niet genoeg dat professionele begeleiders deze materie kennen, we hebben allemaal onze verantwoordelijkheid om trauma te (h)erkennen en weer ‘heel’ te worden door de afgesplitste delen te integreren in ons hele wezen, met liefde, aandacht, respect en al.
  • Helen betekent in mijn visie dat we kunnen opknappen, saneren, en ‘anders heel’ kunnen worden. In de kern zijn we nog steeds wie we zijn. We zij anders geheeld, geschonden heel. De littekens zijn zichtbaar en voelbaar, maar we zijn niet meer gebroken. Dat kunnen we bereiken als we hebben kunnen zien hoe diep de afgrond was en we onze gesplitste delen weer kunnen verwelkomen, dat we niet meer bang zijn van de pijn en niet meer angstig zijn voor de signalen in ons lijf. Dat geeft ons wel degelijk een gevoel van heelheid, inclusief de geschondenheid. Het is een ander soort unieke en mooi gerestaureerde heelheid. Wij begeleiders kunnen de medemens zijn, wij kunnen meezoeken en helpen de juiste lijm te vinden

H 2.4: Het verschil tussen hoge stress en trauma

  • Als we merken dat vechten of vluchten niet helpt (zoals bij een verkrachting, verdrinking of aanhoudend geweld) dan beseffen we ons dat we hulpeloos en machteloos zijn. Er is sprake van absolute doodsangst én hulpeloosheid. De stressreacties vechten of vluchten hebben het gevaar niet doen wijken en je kunt niets doen, je hebt geen regie, geen controle meer, zelfs niet over je eigen lichaam. De enige levensreddende actie die dan nog overblijft, is een soort acute ‘demobilisatie’ van ons systeem. Dat wil zeggen dat we het een op het andere (trauma)moment in een staat van overgave komen, in een toestand waarin we niets meer voelen of bewust meemaken. Het moment van splitsing.
  • Er is dus een groot verschil tussen trauma en hoge stress. Bij hoge stress gaan alle sluizen open, maar als dat te lang duurt en te overweldigend is, zoals bij een trauma, gaat alle ervaring dicht. Hoge stress brengt onze lichamelijke systemen in opperste paraatheid, we zijn in staat om adequaat te reageren: vechten of vluchten. Psychisch zijn we superalert en in staat om snelle beslissingen te nemen.
  • Bij een traumareactie wordt de lichamelijke en psychische stresservaring onderbroken en afgesplitst. Alle energie gaat nu alleen naar onze vitale organen om ons in leven te houden. We worden koud, met name onze handen en voeten. We verstijven of worden slap en willoos (overgave), we voelen niets meer, ook geen pijn en naderhand kunnen we ons niets meer herinneren. Het lijkt ook of lichaam en geest gescheiden worden. Deze traumareactie is ook een overlevingsreactie. Het is de ultieme poging van het lichaam om niet te sterven. Intussen blijven de hoge concentraties adrenaline en cortisol aanwezig, omdat het lichaam zich blijft voorbereiden op gevaar, ook al is de dreiging al geweken.
  • Het ‘trauma’ is dus niet de vreselijke gebeurtenis zelf. Het trauma is de wond die geslagen wordt door de ervaring van doodsangst, de absolute machteloosheid, onontkoombaarheid én de traumareactie hierop: bevriezen en splitsen (freeze & fragment): het verlies van een deel van je.
  • Bij trauma heb je niks te kiezen, (en) je bent de controle kwijt. Bij hoge stress heb je nog een keuze (of) in je reactie, al is het instinctief en in een fractie van een seconde: je kiest voor vechten of vluchten, je kunt ze niet tegelijk doen.
  • Trauma is het doorstaan van een of meerdere onverdraaglijke, overweldigende, levensbedreigende situaties, waarin iemand zo veel doodsangst en machteloosheid ervaart dat deze verschrikkelijke realiteit niet geïntegreerd kan worden; Trauma is de psychische wond, ontstaan door de autonome overlevingsreactie freeze & fragment waardoor de ervaring psychisch wordt afgesplitst en de persoon daarna zichzelf anders ervaart.
  • Sterk vereenvoudigd ziet psychische opsplitsing er ongeveer zó uit:
    • Traumazelf (TZ)
    • Overlevingszelf (OZ)
    • Gezonde Zelf (GZ)

H3: Gevolgen van trauma

  • Gevolgen van OZ aan het werk:
    • Onthechting, vervreemding
    • Verlies van identiteit en autonomie
    • Niet kunnen genieten, zinloosheid
    • Onvermogen om zich details te herinneren
    • Negatieve cognities over zichzelf en de wereld
    • Negeren en vermijden
    • Aldoor alert
    • Spanning en onrust
    • Slaapproblemen, concentratieproblemen en vermoeidheid
    • Controle over het traumazelf (TZ)
    • Controle over andere mensen en situaties
    • Compensatie-voelen
    • Afwachten en latente agressie
    • Algemeenheden en absolutisme
    • Kenmerken van narcisme
  • Een DSM stoornis kun je ook zien als doorgeschoten werking van OZ delen, als er verder wordt geleefd op de OZ-piloot, met een verborgen TZ. Gevolgen van het harde werken van OZ, dat de psychische fragmentatie van het zelf in stand moet houden, soms tientallen jaren lang.
  • Aanpassingspatronen van het OZ worden al vroeg ingeslepen en duren voort tot in de volwassenheid, zolang de oorzaak (het trauma) geen aandacht krijgt.
  • We hebben allemaal wel zo’n verhaal waar ons lijf op reageert als het getriggerd wordt. Psychotrauma is eigenlijk psychosomatrauma; het wordt opgeslagen in het lijf, ook als wij het zelf vergeten. Mijn lijf weet dat ik vergeet.
  • Ik stel de vraag: zitten we wel op het goede spoor met ons huidige medische oorzaak-gevolgmodel en de bijbehorende diagnoses en diagnose-behandelcombinaties? Franz Ruppert is heel stellig in zijn overtuiging dat elke hervormingspoging van de psychiatrie en elke nieuwe therapeutische poging om mensen die psychisch lijden te helpen tevergeefs is, zolang er geen passende theorie is over het ontstaan van de psychische klachten. Ik denk dat dit ook geldt voor het ontstaan van medisch onverklaarbare lichamelijke klachten. Het goede nieuws is dat zodra we aan de slag gaan met onze opgesplitste delen en onze pijnlijke verwondingen onder ogen zien en verzorgen, er ook weer nieuwe neurale paden worden aangelegd.

H4: Soorten trauma

  • Ruppert spreekt over Trauma-trias en Traumabiografie:
    • Ongewenst – traumatisering van de identiteit; identificatie (bijna altijd preverbaal, in de eerste drie jaar na de bevruchting).Als een moeder blij is wanneer ze ontdekt dat ze zwanger is, komen er hechtingshormonen vrij, zoals endorfine; als ze schrikt en de baby niet wil, komen er onder andere adrenaline en cortisol (stresshormonen) via het bloed in de foetus terecht. Aangezien de ongeboren baby niet kan vechten of vluchten, hopen deze stresshormonen zich op in het lijfje en ontstaat de ‘freeze & fragment’-reactie. De primaire overlevingsstrategie van mensen met identiteitstrauma is de identificatie met de wensen en behoeften van anderen en het ontkennen of wegcijferen van zichzelf en de eigen behoeften (wie ben ik, wat wil ik?)
    • Ongeliefd – hechtingstrauma; liefdestrauma (inclusief verwaarlozing). Ongewenst zijn, geen liefde en werkelijke aandacht van zijn moeder ontvangen is pschologisch een ondragelijke pijn voor een kind, mens. Door de verstikte relatie en identificatie zij veel delen van de persoonlijkheid van het kind een kopie van die van de moeder of vader geworden. Er ontstaat uiteindelijk een pijnlijke en soms chaotische tegenstrijdigheid, een innerlijk conflict: enerzijds de kwellende behoefte aan nabijheid en hechting in intieme relaties, anderzijds een op afstand houden en afstoting zodra die nabijheid wordt ervaren.
    • Onbeschermd – seksueel trauma; geweldstrauma; systeem trauma. Onbeschermd zijn en emotioneel verwaarloosd heeft niet alleen tot gevolg dat seksueel misbruik kan gebeuren, ook mishandeling komt veel voor, zowel fysiek als emotioneel en meestal beide.
  • Verliestrauma: de dood of het vertrek van vader of moeder
  • Transgenerationeel trauma en dader-slachtofferdynamiek. Verstrikte families: veel mensen met een ‘persoonlijkheidsstoornis’ zoals schizofrenie, anorexia, zelfdestructief gedrag en dissociatieve persoonlijkheidsstoornis, hebben een achtergrond van zo’n traumatisch verstrikte familie. Ik ben het niet eens met het woord ‘stoornis’; we spreken hier over het overleven van een traumatisch familiesysteem, al kunnen de gevolgen iemands leven danig verstoren.
  • Trauma van dader-zijn

Deel II: van gewond naar gezond

  • Als we ‘breken’ door traumatisering (freeze & fragment), vliegen de scherven alle kanten op. IoPT-opstellingen (Identity-orientated Psychotrauma Therapy) helpen ons de scherven herkennen en op te pakken. Het lijnwerk moeten we zelf doen. Dat kunnen we ook, want alleen wij weten op welke plek ze horen. Helen van trauma haalt niet weg wat er gebeurd is. Maar juist die traumasporen maken ons mooi in wie we zijn. Hoe schitterend is dat!
  • IoPT is gericht op het herstellen van de verbinding van de gezonde kern met de traumadelen, zodat de cliënt kan helen: het terugvinden van de eigen ik (identiteit) en de eigen wil (autonomie), zónder schuld of schaamte. Dat gaat niet vanzelf, daar zijn meerdere IoPT-opstellingen voor nodig.
  • In het kort zien wij bij clienten meestal de volgende stappen ontstaan, die leiden tot een gevoel van ‘heelwording’:
    • Het herkennen, begrijpen en erkennen van de eigen overlevingsmechanismen en -delen
    • Het versterken van de gezonde delen die er nog steeds zijn
    • De afgesplitste traumadelen ontmoeten, erkennen en insluiten als deel van de eigen identiteit
    • De overlevingsdelen bedanken en eveneens insluiten als deel van de eigen identiteit; deze delen mogen ‘met pensioen’, ze horen bij ‘vroeger’, niet meer bij ‘nu’.
  • Daar is de realiteit voor nodig: de feiten, de pijnlijke waarheid die we hebben weggestopt waardoor we maar niet uit de vicieuze cirkel raken.
  • De IoPT-methode van opstellen verschilt wezenlijk van familieopstellingen, niet alleen door welke resonanten (de intentie, zin van 7 a 8 woorden, waarin de cliënt aangeeft wat hij wil onderzoeken, deze vormt het kader en context waarbinnen wordt gewerkt) wanneer worden opgesteld, maar vooral door de wijze van begeleiden. IoPT is de minst directieve methode die ik ken, en tegelijkertijd de meest ‘aangesloten’ methode van begeleiden. Het vraagt van begeleiders dat ze eigen ‘issues’ en trauma’s kennen en weten wanneer ze zelf in hun overlevingszelf zitten of in hun gezonde zelf. De cliënt moet in alle verwarring, pijn en verdriet kunnen rekenen op een ‘helder tegenover’ die hem met kennis van zaken en liefdevol begeleidt. Pagina 126 -> De cliënt moet zich volkomen veilig voelen en moet erop kunnen vertrouwen dat de begeleider alles wat er in de opstellingen gebeurt kan ‘dragen’, zonder het over te nemen. Dit vraagt van begeleiders een gedegen opleiding in traumatologie, een stevige houding en bijzondere vaardigheden in de begeleiding (zie H6)

H5: De praktijk van IoPT-opstellingen

  • Samenvattend kunnen we stellen dat we in de fragmentatie en de verschillende behoeftes van GZ, OZ en TZ ons innerlijk conflict herkennen: het GZ wil leven; het OZ wil de controle over de fragmentatie in stand houden en vermijden dat TZ-delen getriggerd worden; het TZ wil de kerker uit, maar is doodsbang. Het is aan ons, begeleiders, om die verschillende belangen te herkennen en niet verstrikt te raken in die schijnbare tegenstrijdigheid die een cliënt laat zien, wat vaak weerstand wordt genoemd. Dat is geen weerstand, het zijn verschillende delen van een gefragmenteerd zelf die spreken. Het helpt als wij, als begeleiders, de taal van die delen leren verstaan.
  • De basis voor heling van de traumatische fragmentatie is de erkenning van die fragmentatie -in alle delen- en de inclusie van het traumazelf door contact te maken met de werkelijkheid zoals die was en met de pijn zoals die toen niet gevoeld kon worden. Dat wil niet zeggen dat we opnieuw door het trauma heen moeten. Het wil zeggen dat we alleen kunnen helen als we erkennen dàt we getraumatiseerd zijn en de pijndelen kunnen ontmoeten, dat we begrijpen hoe ze functioneren en wat ze willen en dat we ze omarmen als belangrijke en essentiële delen van onszelf. Met behulp van IoPT krijgen we toegang tot het onbewuste. Het is via deze methode mogelijk om inzicht te krijgen in wat ons leven onbewust beïnvloed: deze traumatische ervaringen die we ons niet kunnen herinneren, ofwel omdat we te jong waren, ofwel omdat de freeze & fragment-reactie zijn werk uitstekend heeft gedaan. We dragen het wel met ons mee en het beïnvloedt ons doen en laten. Het grote voordeel van inzicht krijgen in deze onbewuste ervaringen (onze blinde vlekken) is dat we er vervolgens mee kunnen werken om het te kunnen verwerken. De begeleider heeft weinig invloed op dit proces. Dat wil zeggen: hij stuurt het niet, toch kan hij van invloed zijn door de ‘realiteit zoals die was’ helder uit te spreken.
  • Doodsangst en machteloosheid horen bij het slachtoffer. Schuld en schaamte horen gevoeld te worden door de dader, niet door het slachtoffer. Slachtoffers die gebukt gaan onder schaamte en schuld zullen deze overlevingsgevoelens af kunnen schudden en meer bewuste helderheid voelen in ‘wat is van mij’ en ‘wat is van jou’.
  • Hoe meer de cliënt inzicht krijgt in de gefragmenteerde structuur van zichzelf door traumatisering en de werking van de verschillende delen, hoe beter hij zichzelf begrijpt en hoe meer vertrouwen hij krijgt in zichzelf en zijn eigen helingskracht. En hoe meer hij het spook in de ogen durft te kijken om zijn fragmentatie te lijmen en eindelijk meer zichzelf te zijn.
  • Er is moed nodig om het traumaspook in de ogen te kijken. De traumatiserende situatie kunnen we niet helen. We kunnen niet ongedaan maken wat er is gebeurd. Maar we kunnen wel erkennen dát het is gebeurd, de weggestopte traumapijn bij ons nemen en koesteren. We kunnen ons vervolgens losmaken uit de destructieve verstrikking, en onze identiteit hernemen in de plaats van identificatie met ouders, daders of andere personen. We kunnen rustiger worden, we kunnen beter slapen en meer vreugde ervaren in het leven. Dat is winst.

H6: Aandachtspunten voor begeleiders

  • Alle delen (GZ: deel dat op zoek is naar heelheid en realiteit onder ogen kan zien, TZ: afgesplitste delen die onbewust aanwezig zijn en OZ: delen die de waarheid voor ons verborgen hebben gehouden) hebben een boodschap en vormen de innerlijke wijsheid van de cliënt. Ons vertrouwen op die innerlijke wijsheid steunt de cliënt om ook te leren vertrouwen op zijn eigen innerlijke wijsheid en zijn eigen autonomie[1]. De IoPT-opstellingen helpen de werkelijkheid te zien -als de cliënt het wil en kan zien, in weerwil van zijn OZ.
  • Hertraumatisering: de situatie waarin het OZ iemand niet meer kan beschermen tegen de pijn van de triggers, zodat deze persoon opnieuw overweldigd wordt door onverwerkte trauma-emoties van het eerdere trauma.
  • Als iemand meerdere trauma’s heeft opgelopen zijn in wezen alle latere trauma’s hertraumatiseringen van het eerste, vroegste trauma, meestal het identiteitstrauma. Iemand wordt dan opnieuw getriggerd, waarbij de overlevingsdelen geen controle meer hebben, de persoon zich machteloos voelt en opnieuw getraumatiseerd raakt. Dit kan 2 gevolgen hebben:
  • Er is opnieuw sprake van ‘freeze & fragment’, waardoor de persoon dieper gefragmenteerd raakt.
  • Hij ervaart opnieuw de volledige oorspronkelijke trauma-emoties van hulpeloosheid en paniek die tot nu waren onderdrukt en afgesplitst, wat kan resulteren in:
    • Herbeleving van de oorspronkelijke situatie van toen alsof het nu gebeurt; men verliest contact met het hier-en-nu. Dit is niet helpend voor de cliënt en maakt hem dieper getraumatiseerd. De auteur heeft dit slechts tweemaal meegemaakt.
    • Hij blijft aanwezig in het hier-en-nu (GZ deel) en is zich bewust dat hij de afgesplitste emoties van toen, nu eindelijk voelt, in een steunende en veilige omgeving. Dit is voor de meeste clienten een louterende en helende ervaring, omdat er een belangrijk aspect anders is dan de ervaring van het oorspronkelijke trauma: het is oké om dit te voelen, ik word gesteund en ik ben veilig. Deze nieuwe informatie kan nu worden toegevoegd aan en geïntegreerd in de herinnering, met dank aan de neuroplasticiteit van onze zenuwbanen. Zo kunnen wij nieuwe neurologische verbindingen maken en ons blijvend beter voelen.
  • Signalen beginnende hertraumatisering:
    • Beven over het hele lichaam, trillende benen, elke vorm van tremor
    • Paniek, doodsangst; lege blik in de ogen
    • Ogen continue gesloten
    • Het uiten van sterke emoties
  • Hoe kunnen we dit proces effectief en respectvol onderbreken?
    • Blijf als je begeleider in je GZ
    • Maak contact
    • Steunend aanwezig blijven
  • Wat als iemand toch in een hertraumatisering zakt?
    • Spreek met een heldere, normale stem
    • Noem zijn naam, vraag hem zijn ogen te openen en zorg dat hij je ziet
    • Blijf contact zoeken, blijf erbij, ga voor hem staan
    • Ademhaling reguleren
    • Probeer ook fysiek contact (‘mag ik je aanraken?’)
    • Als de ogen open zijn zonder contact, vraag om een omschrijving van wat hij ziet
    • Contact met het lichaam (‘voel je de grond, je benen..?’)
    • Laat eventuele tremor er zijn
    • Wees geduldig, blijf erbij, zolang het duurt
  • Dissociatie: wanneer het oorspronkelijke trauma wordt getriggerd, kan iemand ‘wegschieten’ als onderdeel van de freeze-respons. Dat is meestal van tijdelijke aard. Je verliest het contact met jezelf en met je emoties. Je keert in jezelf of ‘treedt buiten jezelf’. Signalen lijken op hertraumatisering, maar dan zonder de heftige emoties want die worden niet gevoeld. Je zou het kunnen zien als een ultieme ‘vluchtreactie’, maar dat kan verwarring scheppen omdat er bij vechten of vluchten nog sprake is van een keuze; dissociatie is een onwillekeurige reactie.
  • Vertrouw bij hertraumatisering en dissociatie de cliënt en zijn OZ-, TZ- en GZ-delen en wees niet bang om fouten te maken.

H7: Enkele praktijkvoorbeelden

  • Een betere verbinding met jezelf betekent ook dat een betere relatie met anderen mogelijk is. Hoe moet je je verbinden zonder je pas verworven autonomie te verliezen, als je dat nooit geleerd hebt? Het antwoord is: met vallen en weer opstaan. Hoe vaak je valt is niet zo belangrijk, hoe vaak je opstaat wel. Het vergt moed om mensen te vertrouwen. Maar als je iemand vertrouwt en het vertrouwen wordt niet beschaamd, kun je steeds een stapje maken. De intentieopstellingen helpen hierbij. We leren om kwetsbaar te zijn en toch overeind te blijven, om liefde te voelen voor de ander en voor onszelf, om samen te zijn en autonoom te blijven. We leren ons te verbinden met de ander en onszelf. In een gezonde relatie hoeven we de ander niet te redden en hoeven we niet gered te worden.

[1] Autonomie betekent niet alleen dat we zelf bepalen en weten wat we willen, het betekent ook dat we zelf verantwoordelijk zijn.